Het is mooi geweest

De slijmklodders zijn van mijn gezicht en mijn dorst is gelest. Met een grote bak yoghurt met Quakers energiemix naast me, ga ik op zoek naar het verhaal achter de Wielerronde van Voorburg. Mijn gedachten gaan terug naar zeven september 2005. Kort nadat ik tevergeefs een gooi deed naar de hoofdprijs in de 38e Ronde, komt er een man op me af van wie ik me vaag herinner dat hij zich al eerder die dag had voorgesteld. Ik ben zijn naam kwijt en neem zijn felicitaties voor mijn tweede plaats gelaten in ontvangst. Blijkbaar heb ik enthousiasme losgemaakt met mijn manier van rijden want deze beste man biedt mij zijn diensten aan voor de ronde van 2006. Hij wil gaan trainen om mij in 2006 naar de winst te loodsen. Ik zeg hem dat ik daar prijs op stel en wens hem succes met trainen.

Niet lang daarna krijg ik een e-mail van Cor van Meijel van d'n Bellaard Oost. Hij bevestigt zijn aanbod en voorziet mij van adviezen. Ook drukt hij mij op het hart dat hij "verwacht volgend jaar beter beslagen ten ijs te komen". Ik heb nog amper een idee met wie ik te maken heb, in de koers heb ik hem in ieder geval nauwelijks gezien. Maar de winter nadert en het e-mailcontact neemt toe. Als de natuur zucht en kraakt onder de ijzige vrieskou ontmoeten wij elkaar op industrieterrein De Brand. Op de fiets. Cor houdt mij voortdurend op de hoogte van zijn vorderingen, van zijn nieuwe fiets, en van zijn plannen. Langzaam maar zeker dringt het tot mij door dat ik te maken heb met iemand bij wie ik een vlammetje heb doen aanwakkeren dat alles in vuur en vlam zet. Cor rijdt vaker en vaker, verder en verder, harder en harder. Ik kan niet mee met zijn fanatisme en merk dat hij niet meer voor mij onderdoet. Ik herinner hem regelmatig aan zijn belofte, gevolgd door de vraag "weet je het zeker?". Hij weet het zeker. We fietsen in de Ardennen, trainen op Voorburg, bespreken onze tactieken voor De Grote Dag.

Maar het vlammetje dat bij Cor uitgroeide tot een vuurzee, blijft bij mij nauwelijks branden. Ik kan het niet meer opbrengen om mezelf nog langer voor de gek te houden. Wielrennen is een schitterende sport, vooral om naar te kijken, om over te lezen en over te schrijven. Maar de wil om mezelf nog langer te verliezen in dwangmatige trainingskilometers is tanende. Het is eind juli als ik het besluit neem dat ik op 6 september 2006, zo rond vijf voor zes 's avonds mijn fiets aan de wilgen hang. Met pijn in het hart licht ik Cor in en beloof ik hem zijn vertrouwen niet te beschamen door op mijn afscheid alles te geven wat ik in me heb. In mijn laatste optreden als wielrenner wil ik me niet verstoppen om mijn winstkansen te vergroten, maar vooral genieten van elke meter die de ronde rijk is.

Vanmiddag moest het gebeuren. Een eerste inschatting van het deelnemersveld deed mij concluderen dat er in een jaar niet veel is veranderd; dezelfde koppen, dezelfde benen, dezelfde praatjes. Hoogstens waren de ambities wat anders, maar daar kon ik slechts naar gissen. Wielrenners hebben namelijk de neiging om vooral niet te zeggen wat ze denken. Voor het publiek mag het misschien een heel andere race zijn geweest dan vorig jaar, voor mij was het dat niet.

Vijftienvoudig Touretappewinnaar Freddy Maertens schoot de gebundelde kracht weg en de koers kwam meteen tot ontploffing, zoals gepland. Cor en ik zagen onze opzet in eerste instantie slagen door samen weg te komen en een aardig gaatje te slaan. Dat er iemand op de bagagedrager zat was niet zo'n punt, het was tenslotte niet Eric Timmermans. Ik heb groen nooit een mooie kleur gevonden, maar vanmiddag vond ik groen ronduit afzichtelijk. Insiders weten waarom. De kopgroep was rood, blauw en geel, een geschikte samenstelling. Als ik achterom keek zag ik in de verte een groene waas en zolang het zich daar bevond liep alles volgens plan. Maar het groen verdween niet uit zicht en Cor en ik besloten dat het te vroeg was om onszelf het zwart voor de ogen te fietsen. Achteraf is het makkelijk praten maar deze beslissing gooide de wedstrijd voor mij in het slot. De rest van de koers zag ik overal groen: naast me, voor me, achter me. De blauwe ogen van het groen waren continu op mij gericht en ik wist wat dat betekende; ik was op slag kansloos net als vorig jaar. Even maakte ik me kwaad dat ik weer in deze situatie was beland en dat er verder niemand Eric uit zijn tent wilde lokken. Maar het had toch niet geholpen want Eric wilde niet winnen, bleek achteraf. Het collega-groen moest winnen.

De irritatie verdween toen ik me realiseerde dat ik bezig was met mijn laatste optreden als wielrenner en dat ik er op z'n minst alles aan wilde doen om het publiek te vermaken en de concurrentie af te matten. In staat zijn anderen pijn te doen terwijl je zelf alleen maar geniet, dat is toch een van de mooiste aspecten van het wielrenner zijn. Bovendien had ik plan B nog in mijn achterzak en dat wist niemand behalve Cor en ik. Plan B was tactisch gezien eenvoudig uit te voeren. Op vijf ronden voor het einde gaf ik Cor het teken dat de 39e ronde voor hem zou gaan worden en gaf ik gas om de concurrentie te ontmoedigen nog iets te ondernemen tot zo'n drie kilometer voor de finish. Daarna was het aan Cor die samen met die andere groene (Martin van der Meijden) wegreed. Eric en de anderen keken naar mij, maar ik was tevreden en deed niets meer totdat de koplopers buiten schot waren. Een aantal zag hun kans schoon om plaats drie op te eisen, maar dat wilde ik niet laten gebeuren. Niet omdat ik het ze niet gunde, maar omdat ik mijn laatste meters in stijl wilde afleggen; in maximale inspanning en verliezend in de sprint. Dat ik daarmee Eric naar plaats drie loodste was slechts bijzaak. En dus werd het podium overwegend groen maar was de hoogste trede voor Cor, die plan B vakkundig afrondde.

En heb ik genoten? Jazeker wel. Van het prachtige weer, van de intimidaties en het toneelspel, van de sfeer bij de aankomstlijn en natuurlijk van mijn trouwe supporters. Het was weer een geslaagd evenement, met dank aan de organisatie en de steeds grotere interesse van sportieve medewerkers en cliŽnten.

Ik ben de door mij zo vurig verlangde winderige berg waar ik de organisatie om had verzocht niet in het parcours tegengekomen, maar ach, ook zonder die berg is het een mooie ronde. Helaas zal ik slechts een voetnoot blijven in de rijke wielerhistorie van de Reinier van Arkelgroep. Het is mooi geweest Ö

september 2006, Overdwars

terug naar inleiding